13 apr 2009

het kruispunt

“Voodoo zoek je niet op, dat komt op je af.” Dat zijn de woorden die Jeannine elk jaar weer aan de stagiaires zegt wanneer ze vragen ‘of ze niet eens een voodooceremonie kunnen meemaken?’ Dit jaar is het contact met voodoo wel heel snel gekomen! Ergens werd ’s nachts -dat konden we duidelijk horen- een voodooceremonie gehouden. Het tamboergeroffel doorzinderde het ganse dorp. De dag daarna reden we met de auto langs een kruispunt waar - op het eerste zicht - een hoopje afval was gestort. Jeannine stopte en maakte ons duidelijk dat we het “afval” maar eens van wat dichterbij moesten bekijken want dit was hèt kruispunt waar gisteren de voodoo-priester (bokor) z’n voodoo-aanhangers voorging in de aangevraagde ceremonie. Er waren kaarsen gebrand, er was voedsel geöfferd, er waren assen gestrooid, er lagen kippenveren. Onze aandacht viel al snel op twee brieven, waarschijnlijk geschreven aan de geesten??? Vanop een afstand zagen we dat er wat Frans geschreven was, maar de rest was niet meteen duidelijk. Nog iets verder lag een briefje van 500 gourde (€10,00), al dan niet met “iets” besprenkeld??? Omdat de stagiaires een werkje over voodoo moesten maken ging onze nieuwsgierigheid verder dan zo maar ‘eventjes kijken’. Maar zoals altijd, wanneer Jeannine ergens stopt, zijn er meteen kijklustige Haïtianen en daarom werd afgesproken dat Michiel en ik de brieven en het geld in de late avond zouden verzamelen zodat we achteraf met ons allen en Jeannine deze elementen verder konden bekijken. Klokslag negen uur vertrokken we op onze uitzonderlijke ‘tocht’ door een bijna slapend dorp, werden we voor één avond de “kinderen van de duisternis”. De brieven lagen er nog steeds verwaaid bij maar het geld was verdwenen. Een Haïtiaan raakt achtergelaten “fetisjen” niet aan maar 500 gourde is voor een arme stakker veel geld... iemand had iets vroeger dan wij z’n angst om het mysterieuze achtergelaten...

de ceremonie

Het ging in dit geval om een “ranvwa”, een terugzenden van boze krachten bij een opgelopen ziekte. Bij een eerste “ranvwa” zal de aangesproken bokor een kleine ceremonie bij hem thuis houden in de voodoo-tempel in zijn “lakou”, het woonerf. Tijdens deze korte oproep naar de geesten toe komt de bokor te weten waar hij de “ranvwa” zal uitvoeren en deze plaats is meestal een kruispunt waar twee zandwegen samenkomen. Naar een eerste “ranvwa” komen de aanvragers niet met lege handen. Ze brengen voedsel mee in houten kalebas-schalen, halve appelsienen met een kaars erin gestopt, kippenveren en “klerèn”, de lokale sterke drank... en vooral, bij een eerste “ranvwa” hoort papieren geld, in dit geval veel geld, een ernstige zaak dus. De “lwa’s”, geesten staan in dienst van de mensheid maar ze zenden enkel hun gunsten wanneer ze goed ontvangen worden en goed gevoed. Elke geesten-familie kent haar specifieke tamboers en ritmes en het is enkel bij dit ritme en de dans dat de “lwa” afdaalt in de lichamen van de aanwezigen. Wie de ceremonie bijhoort zal zich beschermen door het dragen van meestal rode kledij en een rode band om het hoofd, geïnicieerden dragen wit... Het tamboer-ritme wordt ingezet met de eerste en belangrijkste en ook grootste tamboer, de “manman tambour”, bijgestaan door een tweede kleinere en de “boula”, de kleinste tamboer. De bokor heft gezangen aan, lange gebeden en litanies en flateert de “lwa” die in de “service” zijn of haar gunsten zal brengen. Al dansend zal men dan het “manje-lwa” offeren, de voeding voor de geest... Naarmate de ceremonie vordert worden de ritmes en de dansen heviger... de geest aan wie een gunst wordt gevraagd kan niet onverschillig blijven, de bokor schrijft voor hem of haar geheimtaal neer en trekt symbolische tekens, “vèvè’s” genoemd. Het belangrijkste gedeelte van de ceremonie is de manifestatie van één of meerder “lwa’s” ... Gelovigen komen in trance, maken gebaren die eigen zijn aan de neerdalende lwa, ze worden het “paard” van de geest want de geest “monte” zijn serviteur die zijn of haar lichaam totaal den dienste stelt voor de lwa zodat deze zich kan uitdrukken.... de ritmes zitten op hun hoogtepunt en niemand van de deelnemers kan nog onverschillig blijven... later zullen de “bezetenen” zich niets van hun gedragingen en vreemde talen herinneren.... bij het eerste hanengekraai en ochtendgloren gaat iedereen, meestal met nog starende ogen, hun weg terug naar huis... later zullen ze zeggen... we gingen “yon kote”, naar “ergens”, een voldoende uitdrukking om kenbaar te maken dat er een “ranvwa” is geweest... op het kruispunt blijven de offerresten liggen en voorbijgangers lopen er met enige “huiver” omheen, hier is een “lwa” aan het werk geweest. De ceremonie in Akil Samdi was zeker geen grote “service”.... men vroeg het ongedaan maken van een ziekte.... en vermits een zieke niet meteen geneest kan er een tweede, derde en zelfs vierde “ranvwa” worden aangevraagd, wat zeer goed is voor de beurs van de bokor. Bij volgende “ranvwa’s” wordt ander voedsel geofferd, worden dieren ritueel gedood, als voedsel klaargemaakt en gedeeld onder de aanwezigen, nadat het beste deel aan de “lwa” is gegeven. Er komt nu minder papierengeld maar meer nikkelgeld bij het offergebeuren. Papierengeld wordt later door voorbijgangers heimelijk weggehaald maar nikkelgeld raakt men niet aan want wanneer men dat geld wegneemt kan de ziekte die ergens ongedaan werd gemaakt op de “wegnemer” overgezonden worden... Gelukkig hadden we te maken met een eerste “ranvwa”...want stel je voor dat we naast de twee “brieven als documentatie” ook wat muntjes hadden meegenomen.... de idee alleen al liet even de tamboers in onze hoofden roffelen...

7 apr 2009

Bezoek Haïti en haar ...

... Katholieke kerk

26 mrt 2009

“Over-leven” (2)

  • We zijn ondertussen een paar weken verder... en het verhaal over de zieke, pas bevallen vrouw was niet af.... Waar waren we gebleven …? De moeder lag op sterven en het kind was sterk ondervoed door gebrek aan melk. We eindigden met de vraag: zou de koe niet verkocht worden om verder melk voor de baby te hebben, of zou de koe verkocht worden zodat met het geld de vrouw naar het ziekenhuis kon gaan … of zou de vrouw het niet halen en zou het geld de begrafeniskosten dekken? Het is helaas het laatste geworden! De koe werd verkocht maar, zoals zo vaak in Haïti, bleef het geld wat achter want de koper kon niet direct betalen. Wanneer het geld uiteindelijk geïncasseerd werd, was de moeder al gestorven aan volledige uitputting, een kleine baby achterlatend … Toen een tante met de hongerige baby bijna hopeloos hulp zocht in ons centrum waren de stagiaires emotioneel geraakt en meteen verkocht. “… of de baby in het centrum kon blijven om opnieuw op krachten te komen?...” “Dat kan”, zei Jeannine, “maar dan gaan jullie de verantwoordelijkheid nemen om de baby dag en nacht te verzorgen.”. Hierop maakte Michiel, de enige mannelijke stagiair, de volgende nuchtere opmerking: “Zeg, ik denk dat we nog niet goed weten waaraan we beginnen hoor!”. Zijn opmerking was ook volgens Jeannine terecht en ze gaf bedenktijd maar de manier waarop ze baby-spulletjes bovenhaalde liet duidelijk uitschijnen dat ze het antwoord van de stagiaires al wist: de wens van vijf jonge Belgische studenten om een kind in grote nood op te nemen! Roselore zou dus voor drie maanden bij ons blijven,… Of zou er later, door toedoen van Jeannine adoptiemogelijkheden zijn?

12 mrt 2009

Bezoek Haïti en haar ...

... SMURFEN

allemaal beestjes ...

... Ratten

8 mrt 2009

over_werk (1)

Ja het wordt stilaan tijd dat ik wat meer uitleg geef over wat ik hier nu precies doe! Stilzitten doe ik alleszins niet! Wanneer Jeannine afwezig is, volg ik zo goed als mogelijk de project-activiteiten op. Wat dat precies inhoud staat te lezen in eerder geposte berichten op deze blog. Maar dat is natuurlijk niet het enige wat ik hier doe! Momenteel begeleid ik twee mensen op financiëel vlak. Arlette, een 40+ dame en analfabeet is de eerste leerling! Zij heeft momenteel een kleine handelszaak in telefoonkaarten. Stel je bij het woord ‘handelszaak’zeker geen grote dingen voor! Ze verkoopt telefoonkaarten bij haar thuis. De winst is klein, maar als je die kan opsparen is het een mooi extraatje! Hoe volg je nu een handelszaak van iemand die niet kan lezen en schrijven? … Je probeert met veel moeite een systeem te zoeken waarbij jezelf goed kan volgen wat er financiëel gebeurt maar waarbij Arlette zelf ook op een of andere manier kan volgen wat ze verkocht heeft! Geen gemakkelijke opgave! We werken dus met een doorstreepsysteem en kruisjes zetten. Toch mag gezegd dat Arlette, ondanks ongeletterdheid, haar “commerce” goed in haar hoofd plaatst, haar hoofd is in feite haar boekhouding. De andere persoon is een jonge man die nog naar het secundair gaat en ook heel even kaarten heeft verkocht. Aangezien het een oud-leerling van me was verwachtte ik dat hij het eerder aangeleerde boekhoudsysteem terug zou gebruiken. Maar hij was duidelijk niet te tevreden met m’n hulp over hoe structuur opbouwen en geld bewaren. Voor hem kwam dit over als ‘controle’. Dat was in zekere zin ook de bedoeling en op aanraden van Jeannine, want als een Haïtiaan geld in handen heeft wordt het sneller uitgegeven dan dat het kan verdiend! Arlette is heel blij met deze service, maar onze jonge snaak is na een keer verkopen zonder winst gestopt met zijn handeltje!

over-werk (2)

En dan is er Patrick, ook een oud-student van mij. Samen met een vriend schreef hij een brief naar mij met de vraag of ik niet kon helpen om een kleine commerce op te bouwen. Motief: ze waren het beu om aan de kant van de weg te zitten en niets te doen (volgens mij nog steeds de meest populaire hobby van de jongeren hier, op gsm’s kopen na!). In samenspraak met Jeannine, zochten we naar een job die de jonge gasten in de tuin van het project konden doen. Nu is het belangrijk om weten dat een van de jonge mannen uit een arm gezin komt en de andere uit een van de betere in het dorp. Aangezien het werk in een tuin zwaar is, hoeft het niet gezegd dat onze rijkere jongeman na twee dagen afhaakte. “Tja, waarom zou hij hard werken als hij thuis gewoon geld kan vragen?”, was wat ik dacht. Maar ook Patrick haakte af! Bizar, ze kwamen regelmatig te laat, of niet. Op een gegeven moment wensten ze toch eens met mij te ‘praten’. Praten bij Haïtianen wil zeggen ERG lang rond de pot draaien - om ‘je niet te kwetsen’ - vooraleer tot het echte onderwerp over te gaan. Ze konden ergens anders werk krijgen met een beter loon, en dat zeggen was lastig omdat ze bang waren mijn gevoelens te kwetsen omdat ik al zo’n effort voor hen gedaan had! Ze beseften niet dat hun onregelmatigheid en stilzwijgendheid ons afremde in de organisatie van het werk en dat we opteren voor “gewoon rechtuit” zeggen waar het opaankomt. Intussen ken ik dit Haïtiaans trekje voldoende en speel meteen de bal terug: dat ze dat werk MOETEN aannemen, meer verdienen is meer verdienen, en ik zal nog steeds hun geld als een bank in bewaring nemen. Bon dan denk je dat ze morgen op het andere werk beginnen, en wat blijkt? Ze weten pas een week later OF ze mogen daar kunnen werken of niet! en die “week later” duurt nu al ettelijke weken.... Zodoende kwam Patrick terug bij ons aan het werk en zo blijft hij een mooi spaarpotje opbouwen om schoolkosten te betalen en de start van een kleine commerce, net als Arlette de verkoop van telefoonkaarten –wellicht-.

27 feb 2009

kanaval Akil Samdi

26 feb 2009

kanaval fort liberte

20 feb 2009

over - "leven" (1)

Drie drukke weken zijn het geworden! Even terug naar ons verhaal over de drie straatkinderen die intussen, zichtbaar, aan de beter hand zijn. Een bezoek aan “food for the poor” bracht in eerste instantie niet veel op, maar als de Amerikanen, die ‘Ti soley leve’ voor een week bezochten, een oproep doen naar de Amerikaanse hoofdzetel in Florida, zit de kans er in dat “Ti Soley leve” voedselhulp kan krijgen, goed voor de meisjes en ook “anderen” die bij het centrum aankloppen. Twee van de drie meisjes lijden aan epileptie, een ziektebeeld dat bij de bevolking angst oproept omdat het nog steeds een “overgezonden” kwaad is. De voorbije vrijdag zocht de vijftienjarige Tina wat affectie in het houtskoolkeukentje van de buurvrouw... plots kreeg ze, te dicht bij het vuur, een epileptieaanval. Zelf, door de aanval niet bewust van pijn, trok haar schokkend lichaam beide armen meermaals door het gloeiende houtskool. De buurvrouw was bang, te bang om vlug te reageren... Pas bij een luide gil kwamen andere buren aangelopen, zagen de vreselijke wonden en schepten koude asse op om daarmee de beide armen af te dekken... Toen Veronique het centrum binnenkwam, met Tina en een delegatie volwassenen, wisten we meteen, hier is iets mis ... en het was mis! Derdegraadsverbrandingen, geen verpleegster of dokter in het dorp, en regen, regen die de weg naar het nabije hospitaal onmogelijk maakte. Eens te meer werd ons centrum een spoedgevallendienst. Dan heb je lef, intuïtie, kennis nodig, maar vooral ook het nodige vezorgingsmateriaal, dat er gelukkig was, dank zij Marieke en Catherine, die een paar maanden geleden als studenten geneeskunde een koffer verband en zalven hadden meegebracht.... Na een eerste verzorging werd besloten om, zodra het kon, naar het ziekenhuis in Wanament te gaan om professioneel de brandwonden te reinigen en te verzorgen. Voor de komende weken zullen we elke overhande dag op weg zijn met Tina, maar nu al staan we versteld hoe kranig dat meisje is; hoe ze tot nu toe nog geen traan heeft gelaten! Met steungeld uit België hebben we ook (dure) medicatie gekocht om de epileptieaanvallen tegen te gaan. Ik schreef daarnet over ‘anderen’... Het voorjaar is in het noordoosten de hongerperiode. het reserve voedsel is op en de nieuwe oogsten zijn nog niet binnen. Mensen hebben honger en wie tijdens deze afzwakkingsperiode echt ziek wordt is ernstig bedreigd, tot en met de dood toe... Ti Rose is twee maanden terug gestorven aan Aids. In diezelfde periode bevalt haar tante van een zesde kind. de gezinssituatie is erbarmelijk arm met gevolg dat er tijdens de zwangerschap geen enkel dispensariumbezoek is geweest! “het zal wel evengoed verlopen als de vorige keren.” wordt er bij deze mensen onverantwoord gedacht. Maar het verloopt niet als vorige keren.... Complicaties en wellicht ook gebrek aan hygiëne maken de vrouw doodziek. Ze is helemaal opgezwollen, beeft over het ganse lichaam van de bloedarmoede, klaagt vooral over pijn in de borst en hoest bloed op. Totaal verzwakt kan de vrouw geen borstvoeding meer geven, de melk blijft weg en gesuikerde thee voor de baby is het alternatief ... dag na dag! Na de begrafenisonkosten van Ti Rose, waarbij de ruime familie heeft bijgedragen, zijn er nog altijd schulden en is er geen geld om degelijk voedsel voor de moeder en melk voor het kind te kopen.... “Of wij kunnen helpen?” komt de moeder van Ti Rose vragen, en zo gingen we op huisbezoek... Het eerste contact leerde ons meteen dat de huisvader niet bijster snugger was... het gesprek verliep, was het niet zo dramatisch, op het lachwekkende af....Wij: kan je geen melk kopen? Hij: ik weet het niet... De grootmoeder: hij heeft geen geld.... Wij: heeft er dan niemand in de familie een koe lopen? Hij; ja, ikke.... ze heeft een kalf.... al een twee weken.... Wij: maar dan heb je toch melk, kookt ze goed en maak ze babyklaar... vrouwen genoeg hier die weten hoe het moet! Hij: die melk is nog niet goed.... Jeannine in het vlaams: nondedj.... die kan ook maar alleen kinnekes maken.... en dan in het creools: maar man toch, is die koe en dat kalf dan belangrijker dan je vrouw en de baby en je andere kinderen?.... Hij: mijn vrouw natuurlijk..... Maar tot nu toe is er geen koeienmelk gekomen, het is de moeder van Ti Rose die wat melk heeft gekocht.... De vrouw gaat zienderogen achteruit. Een bezoek naar het ziekenhuis dringt zich op! Zal ze het weinige leven in haar nog kunnen vasthouden ... of sterft ze thuis.... omdat het nodige familiegeld er te laat verzameld is???

16 feb 2009

terug van weggeweest

Na twee drukke weken was ik even toe aan een kleine pauze. Nu ja 'pauze' mag je het niet echt noemen, want er is elke dag nog werk in het toekomstige gastenhuis, de ziekenbezoeken (waarover later meer!),... Toch was het nog moeilijk om teksten te typen met al het bezoek en het fysieke werk. Deze week zullen er hoe dan ook terug berichten verschijnen over wat er de vorige weken gebeurde en hoe het momenteel is met de drie weeskinderen, nog even gedudld dus! In tussentijd een paar foto's van de afgelopen weken.

26 jan 2009

Bezoek Haïti en haar ...

... Tankstations

Foto's van de weeskinderen (2)

acte de presence, acte de naissance

“Hoe oud zijn die kinderen nu eigenlijk?” We vroegen het aan de meisjes zelf en eentje zei dat ze de oudste was maar haar leeftijd wist ze niet. Het gehandicapte kleintje Judeline zat in gedachten bij het lege bord starend naar de pop van Charline... zij zou wel de jongste zijn.... een jaar of 10? De andere twee zusjes telkens twee jaar ouder?.... Dat Liselene 13 was konden we uiteindelijk zelf in de jaarboeken van Ti Soley Leve opsporen want zij was ooit op de kleuterschool geweest en daarvoor had ze nog het voedselcentrum bezocht. Om het dossier in orde te maken zou Veronique bij een intussen opgespoorde tante informeren naar de leeftijd en of er van de kinderen een acte de naissance was. “21, 15 en 13”, zei de tante geflankeerd door een zacht dementerende grootmoeder en een resem nieuwsgierige kinderen. Hierop moest Veronique eens smakelijk lachen! “klopt niet!”, was haar antwoord. “Wacht een beetje,” zei de tante en liep haar sjofele huis binnen om meteen terug te komen met een jonge vrouw, een kind aan de borst. “Dit is mijn dochter, ze is 21 en ik ben van haar bevallen op dezelfde dag dat mijn zus beviel van Judeline, die is dus ook 21... Nu is Veronique niet meteen van haar stuk te krijgen maar deze keer stond ze vol ongeloof Judeline, “dat kleinste van misschien 10" aan te staren. De tante zag dat Veronique nog niet overtuigd was en liep een tweede keer naar binnen.... Het duurde iets langer maar dan verscheen ze met de geboorteactes, de gelukkig bewaarde ‘acte de naissance’ van elk kind. Het finale bewijs dat we ons door hun uiterlijk, hun 'acte de presence' serieus hadden vergist. Hoe komt het toch dat deze kinderen aan het dwalen geraakten, vroegen we de tante...” Ach,” zei ze, “kijk eens naar hun grootmoeder, een grote zorg voor mij. Kijk eens naar mijn aantal kinderen... We doen wat we kunnen maar we kunnen niet genoeg.". Vanuit “Ti Soley leve” willen we nu de familie materieel een beetje ondersteunen. Volgende week trekken we naar Cap Haïtien om extra hulp te krijgen bij food for the poor, als we ze vinden tenminste. Het verhaal is dus weer niet af.... en wordt hopelijk goed vervolgd, vooral voor de kinderen.....

24 jan 2009

23 jan 2009

één continent, twee keer feest

Dinsdag 20 januari werd de eerste gekleurde president van de Verenigde Staten van Amerika officieel aangesteld. Er was een enorme massa op straat in Amerika, maar ook in Haïti volgden vele mensen op televisie (in de steden) en op de radio het hele gebeuren. Buiten het grote feest van Amerika, was het toch ook een beetje feest hier in Akil Samdi. Dit voor drie kleine wees- en straatkinderen. De dag dat ik aankwam (8 december 2008) vertelde Jeannine: “Er is iets ergs gebeurd in het dorp, er begint een kind te bedelen!”. Deze week vonden we de kinderen, want ze bleken met drie zusjes te zijn, en we keken wat mogelijk was om hen te helpen. Waarmee begin je dan? “Een goede wasbeurt” was meer dan nodig. Nu ja, ‘wassen’ is nog zacht uitgedrukt, het werd veeleer schrobben en schuren. Veronique, werkneemster binnen het project, ontfermde zich over elk kind om met héél véél zeep de grauwe donkere laag vuil van de verwaarloosde lichaampjes weg te wassen, om met shampoo de samengeklitte haren terug hun glans te geven, .... Tanden werden gepoetst en nageltjes geknipt, ... In de verte hoorden we de radio en Obama’s stem de eed afleggen.... heel dichtbij begon plots het kleinste, iets gehandicapte meisje te zingen.... het applaus in Amerika had ook voor haar kunnen zijn.... Aan de pomp kwam een buurvrouw langs. Verbaasd om het werk van Veronique, kon een praatje niet uitblijven en de kinderen observerend gaf ze haar commentaar toen het zonlicht op de fris gewassen meisjes viel: “Och ze hebben eigenlijk een schoner ‘velleke’ dan wat we eerst dachten.” Het woord “huidskleur” moet met de komst van Obama ontelbaar keren zijn uitgesproken, wereldwijd... In Haïti is het observeren van de huidskleur elke Haïtiaan ingebakken, heeft ieder zijn voorkeur maar blijft “iets bleker” toch best een meevaller... Bij elk feest hoort iets lekkers. Obama’s kinderen keken voor het eerst naar een “Witte Huis”-buffet. Liselene, Tina en Judeline uit Akil Samdi zaten op die historische Obamadag, na het heerlijke bad, voor het eerst echt aan een vitamine-rijke tafel en aten wellicht voor het eerst na maanden hun honger eens helemaal weg... het verhaal is nog lang niet af....

17 jan 2009

‘drie-daagse’

Jeannine, de projectleidster, vertrok zondagmorgen naar de hoofdstad. Dit wou dus zeggen dat ik drie dagen lang een oogje in het zeil moest houden. “Och ja,” dacht ik, “drie dagen is niet lang, en als iedereen op voorhand al weet wat hij/zij moet doen kan dat toch zo moeilijk niet zijn?!” Alles werd met Jeannine goed bekeken en besproken en vanaf zondag zou ik dan ‘tijdelijk waarnemer’ zijn. De tweede dag, maandag, was er toch eentje om kort te beschrijven. Die dag kwamen de coachen om les te geven aan de kinderen. Deze mensen moest ik eerst nog aanduiden welk kind, wat die dag zou doen. Goed alles rustig, ik heb nog een uurtje, dus ik wou me eerst nog scheren, dat staat ook weer wat frisser. En ja hoor, op het moment dat je je rustig aan het scheren bent, dan gebeurt er iets! Charline klopt op de deur en zegt dat er iets met ‘den delco’ (=dieselgenerator) scheelt. Half geschoren en half ingezeept ga ik dus kijken naar de mannen die, heftig discussiërend, naar het probleem aan het zoeken waren. Blijkbaar was er een klein stukje van de starbatterij gescheurd. Bon we roepen Jazlin erbij, die kent daar toch iets meer van, een beetje sleutelen en alles zit weer op z’n plaatst en we kunnen weer balanceren en pompen. Ondertussen zijn we weer een half uur later en aan het gelach van Elefet merk ik dat ik nog zeep op één wang heb, en me dus nog verder moet scheren. Dat doe ik, en op het moment dat ik klaar ben komen de coachen aan. “Lap, daar gaat mijn idee om goed op voorhand alles klaar te zetten”, denk ik nog wanneer ik de kinderen om hun doos met werkmappen stuur. Tja snel aanpassen en de coachen dus een voor een aan het werk zetten. Belt op dat moment toch wel Jeannine zeker om te vragen of alles goed gaat! Bon de voormiddag toch nog goed doorgekomen begint de namiddag. Daar zat zo’n beetje het grootste probleem. Dit vooral op sociaal vlak. Aangezien ik ‘tijdelijk waarnemer’ was, moest ik dus ook met momenten aanmanend spreken. Stel u voor, zo’n jonge man die die oude rotten van Haïtianen moet aanmanen e.d. Dat mensen deed in het begin erg raar. Je vraagt jezelf steeds af: “Oei, die gaan hier straks toch niet lastig doen omdat ik hen heb aangemaand”,… Dat gaf toch een soort ‘slecht-buik-gevoel’. Tegen de avond begreep ik dat de mensen van het project daar echt geen probleem rond maken en de volgende dag verliep verder erg vlot en zonder problemen. “… zo moeilijk kan dat nu toch niet zijn…”, bleek toch een gedachte die ik aanvankelijk, iets te snel door men hoofd liet gaan.

15 jan 2009

village historique (foto's)