27 feb 2009

kanaval Akil Samdi

26 feb 2009

kanaval fort liberte

20 feb 2009

over - "leven" (1)

Drie drukke weken zijn het geworden! Even terug naar ons verhaal over de drie straatkinderen die intussen, zichtbaar, aan de beter hand zijn. Een bezoek aan “food for the poor” bracht in eerste instantie niet veel op, maar als de Amerikanen, die ‘Ti soley leve’ voor een week bezochten, een oproep doen naar de Amerikaanse hoofdzetel in Florida, zit de kans er in dat “Ti Soley leve” voedselhulp kan krijgen, goed voor de meisjes en ook “anderen” die bij het centrum aankloppen. Twee van de drie meisjes lijden aan epileptie, een ziektebeeld dat bij de bevolking angst oproept omdat het nog steeds een “overgezonden” kwaad is. De voorbije vrijdag zocht de vijftienjarige Tina wat affectie in het houtskoolkeukentje van de buurvrouw... plots kreeg ze, te dicht bij het vuur, een epileptieaanval. Zelf, door de aanval niet bewust van pijn, trok haar schokkend lichaam beide armen meermaals door het gloeiende houtskool. De buurvrouw was bang, te bang om vlug te reageren... Pas bij een luide gil kwamen andere buren aangelopen, zagen de vreselijke wonden en schepten koude asse op om daarmee de beide armen af te dekken... Toen Veronique het centrum binnenkwam, met Tina en een delegatie volwassenen, wisten we meteen, hier is iets mis ... en het was mis! Derdegraadsverbrandingen, geen verpleegster of dokter in het dorp, en regen, regen die de weg naar het nabije hospitaal onmogelijk maakte. Eens te meer werd ons centrum een spoedgevallendienst. Dan heb je lef, intuïtie, kennis nodig, maar vooral ook het nodige vezorgingsmateriaal, dat er gelukkig was, dank zij Marieke en Catherine, die een paar maanden geleden als studenten geneeskunde een koffer verband en zalven hadden meegebracht.... Na een eerste verzorging werd besloten om, zodra het kon, naar het ziekenhuis in Wanament te gaan om professioneel de brandwonden te reinigen en te verzorgen. Voor de komende weken zullen we elke overhande dag op weg zijn met Tina, maar nu al staan we versteld hoe kranig dat meisje is; hoe ze tot nu toe nog geen traan heeft gelaten! Met steungeld uit België hebben we ook (dure) medicatie gekocht om de epileptieaanvallen tegen te gaan. Ik schreef daarnet over ‘anderen’... Het voorjaar is in het noordoosten de hongerperiode. het reserve voedsel is op en de nieuwe oogsten zijn nog niet binnen. Mensen hebben honger en wie tijdens deze afzwakkingsperiode echt ziek wordt is ernstig bedreigd, tot en met de dood toe... Ti Rose is twee maanden terug gestorven aan Aids. In diezelfde periode bevalt haar tante van een zesde kind. de gezinssituatie is erbarmelijk arm met gevolg dat er tijdens de zwangerschap geen enkel dispensariumbezoek is geweest! “het zal wel evengoed verlopen als de vorige keren.” wordt er bij deze mensen onverantwoord gedacht. Maar het verloopt niet als vorige keren.... Complicaties en wellicht ook gebrek aan hygiëne maken de vrouw doodziek. Ze is helemaal opgezwollen, beeft over het ganse lichaam van de bloedarmoede, klaagt vooral over pijn in de borst en hoest bloed op. Totaal verzwakt kan de vrouw geen borstvoeding meer geven, de melk blijft weg en gesuikerde thee voor de baby is het alternatief ... dag na dag! Na de begrafenisonkosten van Ti Rose, waarbij de ruime familie heeft bijgedragen, zijn er nog altijd schulden en is er geen geld om degelijk voedsel voor de moeder en melk voor het kind te kopen.... “Of wij kunnen helpen?” komt de moeder van Ti Rose vragen, en zo gingen we op huisbezoek... Het eerste contact leerde ons meteen dat de huisvader niet bijster snugger was... het gesprek verliep, was het niet zo dramatisch, op het lachwekkende af....Wij: kan je geen melk kopen? Hij: ik weet het niet... De grootmoeder: hij heeft geen geld.... Wij: heeft er dan niemand in de familie een koe lopen? Hij; ja, ikke.... ze heeft een kalf.... al een twee weken.... Wij: maar dan heb je toch melk, kookt ze goed en maak ze babyklaar... vrouwen genoeg hier die weten hoe het moet! Hij: die melk is nog niet goed.... Jeannine in het vlaams: nondedj.... die kan ook maar alleen kinnekes maken.... en dan in het creools: maar man toch, is die koe en dat kalf dan belangrijker dan je vrouw en de baby en je andere kinderen?.... Hij: mijn vrouw natuurlijk..... Maar tot nu toe is er geen koeienmelk gekomen, het is de moeder van Ti Rose die wat melk heeft gekocht.... De vrouw gaat zienderogen achteruit. Een bezoek naar het ziekenhuis dringt zich op! Zal ze het weinige leven in haar nog kunnen vasthouden ... of sterft ze thuis.... omdat het nodige familiegeld er te laat verzameld is???

16 feb 2009

terug van weggeweest

Na twee drukke weken was ik even toe aan een kleine pauze. Nu ja 'pauze' mag je het niet echt noemen, want er is elke dag nog werk in het toekomstige gastenhuis, de ziekenbezoeken (waarover later meer!),... Toch was het nog moeilijk om teksten te typen met al het bezoek en het fysieke werk. Deze week zullen er hoe dan ook terug berichten verschijnen over wat er de vorige weken gebeurde en hoe het momenteel is met de drie weeskinderen, nog even gedudld dus! In tussentijd een paar foto's van de afgelopen weken.

26 jan 2009

Bezoek Haïti en haar ...

... Tankstations

Foto's van de weeskinderen (2)

acte de presence, acte de naissance

“Hoe oud zijn die kinderen nu eigenlijk?” We vroegen het aan de meisjes zelf en eentje zei dat ze de oudste was maar haar leeftijd wist ze niet. Het gehandicapte kleintje Judeline zat in gedachten bij het lege bord starend naar de pop van Charline... zij zou wel de jongste zijn.... een jaar of 10? De andere twee zusjes telkens twee jaar ouder?.... Dat Liselene 13 was konden we uiteindelijk zelf in de jaarboeken van Ti Soley Leve opsporen want zij was ooit op de kleuterschool geweest en daarvoor had ze nog het voedselcentrum bezocht. Om het dossier in orde te maken zou Veronique bij een intussen opgespoorde tante informeren naar de leeftijd en of er van de kinderen een acte de naissance was. “21, 15 en 13”, zei de tante geflankeerd door een zacht dementerende grootmoeder en een resem nieuwsgierige kinderen. Hierop moest Veronique eens smakelijk lachen! “klopt niet!”, was haar antwoord. “Wacht een beetje,” zei de tante en liep haar sjofele huis binnen om meteen terug te komen met een jonge vrouw, een kind aan de borst. “Dit is mijn dochter, ze is 21 en ik ben van haar bevallen op dezelfde dag dat mijn zus beviel van Judeline, die is dus ook 21... Nu is Veronique niet meteen van haar stuk te krijgen maar deze keer stond ze vol ongeloof Judeline, “dat kleinste van misschien 10" aan te staren. De tante zag dat Veronique nog niet overtuigd was en liep een tweede keer naar binnen.... Het duurde iets langer maar dan verscheen ze met de geboorteactes, de gelukkig bewaarde ‘acte de naissance’ van elk kind. Het finale bewijs dat we ons door hun uiterlijk, hun 'acte de presence' serieus hadden vergist. Hoe komt het toch dat deze kinderen aan het dwalen geraakten, vroegen we de tante...” Ach,” zei ze, “kijk eens naar hun grootmoeder, een grote zorg voor mij. Kijk eens naar mijn aantal kinderen... We doen wat we kunnen maar we kunnen niet genoeg.". Vanuit “Ti Soley leve” willen we nu de familie materieel een beetje ondersteunen. Volgende week trekken we naar Cap Haïtien om extra hulp te krijgen bij food for the poor, als we ze vinden tenminste. Het verhaal is dus weer niet af.... en wordt hopelijk goed vervolgd, vooral voor de kinderen.....

24 jan 2009

23 jan 2009

één continent, twee keer feest

Dinsdag 20 januari werd de eerste gekleurde president van de Verenigde Staten van Amerika officieel aangesteld. Er was een enorme massa op straat in Amerika, maar ook in Haïti volgden vele mensen op televisie (in de steden) en op de radio het hele gebeuren. Buiten het grote feest van Amerika, was het toch ook een beetje feest hier in Akil Samdi. Dit voor drie kleine wees- en straatkinderen. De dag dat ik aankwam (8 december 2008) vertelde Jeannine: “Er is iets ergs gebeurd in het dorp, er begint een kind te bedelen!”. Deze week vonden we de kinderen, want ze bleken met drie zusjes te zijn, en we keken wat mogelijk was om hen te helpen. Waarmee begin je dan? “Een goede wasbeurt” was meer dan nodig. Nu ja, ‘wassen’ is nog zacht uitgedrukt, het werd veeleer schrobben en schuren. Veronique, werkneemster binnen het project, ontfermde zich over elk kind om met héél véél zeep de grauwe donkere laag vuil van de verwaarloosde lichaampjes weg te wassen, om met shampoo de samengeklitte haren terug hun glans te geven, .... Tanden werden gepoetst en nageltjes geknipt, ... In de verte hoorden we de radio en Obama’s stem de eed afleggen.... heel dichtbij begon plots het kleinste, iets gehandicapte meisje te zingen.... het applaus in Amerika had ook voor haar kunnen zijn.... Aan de pomp kwam een buurvrouw langs. Verbaasd om het werk van Veronique, kon een praatje niet uitblijven en de kinderen observerend gaf ze haar commentaar toen het zonlicht op de fris gewassen meisjes viel: “Och ze hebben eigenlijk een schoner ‘velleke’ dan wat we eerst dachten.” Het woord “huidskleur” moet met de komst van Obama ontelbaar keren zijn uitgesproken, wereldwijd... In Haïti is het observeren van de huidskleur elke Haïtiaan ingebakken, heeft ieder zijn voorkeur maar blijft “iets bleker” toch best een meevaller... Bij elk feest hoort iets lekkers. Obama’s kinderen keken voor het eerst naar een “Witte Huis”-buffet. Liselene, Tina en Judeline uit Akil Samdi zaten op die historische Obamadag, na het heerlijke bad, voor het eerst echt aan een vitamine-rijke tafel en aten wellicht voor het eerst na maanden hun honger eens helemaal weg... het verhaal is nog lang niet af....

17 jan 2009

‘drie-daagse’

Jeannine, de projectleidster, vertrok zondagmorgen naar de hoofdstad. Dit wou dus zeggen dat ik drie dagen lang een oogje in het zeil moest houden. “Och ja,” dacht ik, “drie dagen is niet lang, en als iedereen op voorhand al weet wat hij/zij moet doen kan dat toch zo moeilijk niet zijn?!” Alles werd met Jeannine goed bekeken en besproken en vanaf zondag zou ik dan ‘tijdelijk waarnemer’ zijn. De tweede dag, maandag, was er toch eentje om kort te beschrijven. Die dag kwamen de coachen om les te geven aan de kinderen. Deze mensen moest ik eerst nog aanduiden welk kind, wat die dag zou doen. Goed alles rustig, ik heb nog een uurtje, dus ik wou me eerst nog scheren, dat staat ook weer wat frisser. En ja hoor, op het moment dat je je rustig aan het scheren bent, dan gebeurt er iets! Charline klopt op de deur en zegt dat er iets met ‘den delco’ (=dieselgenerator) scheelt. Half geschoren en half ingezeept ga ik dus kijken naar de mannen die, heftig discussiërend, naar het probleem aan het zoeken waren. Blijkbaar was er een klein stukje van de starbatterij gescheurd. Bon we roepen Jazlin erbij, die kent daar toch iets meer van, een beetje sleutelen en alles zit weer op z’n plaatst en we kunnen weer balanceren en pompen. Ondertussen zijn we weer een half uur later en aan het gelach van Elefet merk ik dat ik nog zeep op één wang heb, en me dus nog verder moet scheren. Dat doe ik, en op het moment dat ik klaar ben komen de coachen aan. “Lap, daar gaat mijn idee om goed op voorhand alles klaar te zetten”, denk ik nog wanneer ik de kinderen om hun doos met werkmappen stuur. Tja snel aanpassen en de coachen dus een voor een aan het werk zetten. Belt op dat moment toch wel Jeannine zeker om te vragen of alles goed gaat! Bon de voormiddag toch nog goed doorgekomen begint de namiddag. Daar zat zo’n beetje het grootste probleem. Dit vooral op sociaal vlak. Aangezien ik ‘tijdelijk waarnemer’ was, moest ik dus ook met momenten aanmanend spreken. Stel u voor, zo’n jonge man die die oude rotten van Haïtianen moet aanmanen e.d. Dat mensen deed in het begin erg raar. Je vraagt jezelf steeds af: “Oei, die gaan hier straks toch niet lastig doen omdat ik hen heb aangemaand”,… Dat gaf toch een soort ‘slecht-buik-gevoel’. Tegen de avond begreep ik dat de mensen van het project daar echt geen probleem rond maken en de volgende dag verliep verder erg vlot en zonder problemen. “… zo moeilijk kan dat nu toch niet zijn…”, bleek toch een gedachte die ik aanvankelijk, iets te snel door men hoofd liet gaan.

15 jan 2009

village historique (foto's)

village historique

Een berichtje van een tijdje geleden, een week “en retard”, maar hoe dat komt komen jullie dit weekend wel te weten! Een week geleden bezochten we in Cap Haïtien, tweede grootste stad van Haïti, de ‘village historique’. Dat bord stak al een tijdje onze ogen uit. Zeer nieuwsgierig reden we de smalle straat binnen op zoek naar het fameuze historische dorp. Spijtig genoeg kwamen we buiten een versmalling in de weg niets tegen. We gaven de moed niet op en vroegen het aan een jongen die voorbij liep. Hij wist waar we moesten zijn en toonde ons de weg. Aangezien de jongen met een boek rondliep vermoedden we dat hij student was en ons misschien wat uitleg kon geven. We kwamen aan en, och we hadden er ook niet enorm veel van verwacht, maar we stonden voor een ruïne die enkel nog een intacte schoorsteen had. We liepen rond en zagen vooral hoe de natuur aan het gebouw geknaagd had doorheen de jaren. Het was bijna een wonder dat het bouwsel er nog stond! Wat ooit de functie van dit gebouw was kon niemand ons vertellen. Het leuke was ook dat ik een paar van die oude bakstenen mocht meenemen om als boekensteun te gebruiken. Toch was het geen verloren tijd of moeite om dit gebouw te bezoeken, want aan een stukje in het historische gebouw was een kleine, houten depot geplaatst. Er was boven de deur een opening en, nieuwsgierig als we zijn, loerden we even naar binnen om te kijken welk doel het bouwseltje had. Mensen, het was erg mooi en ontroerend om zien. Binnen dit piepkleine zaaltje stonden een aantal schoolbanken, een bord en hingen een paar afbeeldingen. Een schooltje dus! En de mensen die ondertussen massaal rond ons stonden, tja er waren een paar blancs in de straat, vertelden ons dat dit een schooltje was dat veel leerlingen telt. Aangezien het nog kerstvakantie was, was de school gesloten. Heel dit tafereel sprak ons enorm aan want, erg symbolisch, het staat hier naast een slecht onderhouden historisch gebouw, een naar Haïtiaanse normen een blijkbaar goed schooltje dat iets meer kansen biedt aan jongeren (meer dan aan het onderhoud van het historische gebouw). Omdat we zo curieus zijn naar het hoe, het wat en het waarom van dit schooltje willen we er graag nog eens op een bezoek gaan wanneer de school open is. Daarover later ongetwijfeld meer!

2 jan 2009

Port-au-Prince

Nu het nieuwe jaar begonnen is wil ik nog snel even een paar zaken van vorig jaar afwerken. Eerst een korte beschrijving van het driedaagse bezoek aan Port-au-Prince. Ik verbleef daar in de pastorij van père Andrew, een Filippijnse Scheutist. Belangrijk om weten is dat Port-au-Prince, zoals alle steden, grote contrasten kent, van alles of niets. De Parochie van père Andrew bevindt zich in een armere populaire wijk, wat voor mij meteen het beeld van een bidonville oproept. Niet dat dit voor ons, als Belg, veel verschil uitmaakt, want het grootste deel van Port-au-Prince lijkt voor een westerling op een bidonville! Nu moet je dat beeld toch even vasthouden! Stel u voor je komt daar tussen de armste onder de armen een misviering bijwonen en op het moment dat er iemand met het offerblok rond komt besef ik dat ik geen enkele Gourde (=nationale munt) op zak heb! Tja, stond ik daar mooi voor aap toen ik teken deed dat ik geen geld bij had. Voor hen is dit ondenkbaar, een “blanc” die niets op zak heeft! De paar parochianen die aanwezig waren keken maar raar. De volgende dag volgde ik de vroegmis waar ik mijn blunder terug goed kon maken door wel iets in het offerblok te steken. Zeer mooi moment dat hierop volgde was de glimlach op het gezicht van de oude dame die met het offerblok rondging. Ik had zeker geen schatten in dat blok gelegd, maar toch het gebaar op zich vond zij blijkbaar al erg speciaal. Dat is dus de ene kant. De andere kant van Port-au-Prince is dan weer Pétionville, laat maar zeggen de chique coté, van de hoofdstad. Hier vind je snackbars, restaurants, hotels,…In zo’n snackbar deden we even een paar inkopen. Al bij het openen van de deur botsten we op een muur van lawaai, ik zag en hoorde enkel Haïtianen die aan het eten waren! Daarna gingen we een ijsje eten in de “fiore de latte”, waar buitenlanders van de hoofdstad goede klanten zijn. Ja mensen, als je daar de Amerikanen hoort zwansen en ziet doen alsof het een mooi toeristisch uitstapje is, kan ik jullie verzekeren: het ijsje was lekker maar de omgeving deed alles toch wel bitter smaken. Port-au-Prince in alle aspecten beschrijven is bijna onmogelijk, maar wellicht bezoek ik deze stad later nog en dan kan er weer een ander aspect toegelicht worden. Voor nu denk ik dat dit leesvoer genoeg is.

1 jan 2009

foto's Port-au-Prince

29 dec 2008

foto's Gonaïve