5 jul. 2009

Bezoek Haïti en haar ...

... wegennet

Bezoek Haïti en haar ...

... stroomverdeling

20 jun. 2009

De Theo’s – intermezzo met een ‘maar’

Zoals jullie konden lezen verbleef de tweeling al een tijdje bij ons. Aangezien de gastjes veel verbeterden werd het tijd om uit te kijken naar adoptieouders. Hoe sneller we die vinden, hoe vlugger de gastjes een echte ‘thuis’ zouden krijgen. Jeannine contacteerde een verpleegster, Miss Albert, die al vaker had meegeholpen om een goede adoptiefamilie aan te spreken.

En inderdaad, ze had al een echtpaar met interesse gevonden en vermits we in het nabije hospitaal de kinderen zouden testen op HIV was het een mooie gelegenheid voor een toekomstige papa (die dichtbij het hospitaal werkt), om de kinderen eens te zien. Toen hij Theolin zag was hij volledig weg van hem. Dit gevoel werd nog versterkt toen dat ventje naar de motosleutels greep en ermee begon te spelen. Theomar zouden wij zelf nog een paar weken langer houden om hem nog meer aan te sterken. Hij was er immers het ergste aan toe. Daarna zou ook hij naar een goede familie gaan, meer dan waarschijnlijk zou hij de broer worden van Roselore, het kind dat we drie maanden geleden verzorgden en voor wie we een fijne adoptiefamilie vonden …

Natuurlijk brachten wij na het hospitaalbezoek de familie op de hoogte. Aanvankelijk was de grootmoeder, bij wie de gastjes verbleven, akkoord. Wij dus blij en vol goede moed werd het werk om de kinderen aan te sterken verder gezet…

…Maar…

Zoals altijd in Haïti gebeurt dan het onverwachte. Een paar dagen nadat we de grootmoeder op de hoogte brachten van de evoluties, belde de familie dat ze niet meer akkoord waren met de adoptie. Een van de ooms van Theolin en Theomar deed moeilijk over het feit dat de familie niets zou verdienen aan het feit dat de kinderen geadopteerd werden. Zijn vraag was duidelijk: “En wat is ons voordeel aan dit alles?”.
Hoe frustrerend! Met zo’n argumenten van de familie viel meteen het adoptieplan weg.En die oom begrepen we al helemaal niet meer. Zelf had hij geen middelen om de kinderen op te voeden, hij had er trouwens nog nooit aandacht aan gegeven.... Maar nu wou hij de kinderen wel gebruiken om een handeltje op te zetten.... een lange palaber begon tussen de oom, jeannine, Veronique en de grootmoeder.... Jeannine was duidelijk: bij adoptie neem je volledig afstand van een kind en er wordt absoluut in dit geval over geen geld gediscuteerd. Welke wending het gesprek ook nam en welke voorstellen er ook aan bod kwamen, de slotsom was telkens weer opnieuw... en wij, wat krijgen wij????

Jeannine loopt een paar keer op en neer, praat Nederlands tegen me dat de zaak absoluut niet zuiver zit en dat ze een fairplay wil houden tegenover de adoptieouders.... dan hakt ze de knoop door.... “gaan jullie zelf terug voor de kinderen zorgen... dit centrum doet niet aan kinderhandel!”... We hielden ons stoer, maar allen hadden we verdorie veel pijn in ons hart! Iedereen was de week erop stil en geëmotioneerd! Het was alsof het niet klopte, het zo niet mocht zijn …

…Maar…

Net toen we probeerden verder te doen met het werk dat we voorheen deden, kreeg Veronique een telefoontje. De oom bleek dan toch uiteindelijk akkoord! Oef! Maar laat ons vooral niet te vroeg juichen, laat ons eerst maar eens ter plaatse gaan kijken en duidelijke afspraken maken. Dus ik mocht met Veronique en twee motars richting het huis van de grootmoeder. Voor we vertrokken zei Jeannine nog tegen ons: “Laat ons hopen dat ze niet al te ver achteruitgegaan zijn!”. Dus vol spanning ploeterden we onszelf door de met slijk bedekte wegen…

Aan de laatste bocht, hielden we de adem in… “Zie jij al iets Veronique?” …

Och kijk, daar loopt Theolin al, in zijn blootje, de kleren die we meegaven waren of in de was of ‘verloren’? Hij kijkt op, ziet ons, en op zijn gezicht staat iets van opluchting te lezen. Het huisje van de grootmoeder, dat toch al meer weg had van een krot dat middenin een storm had gestaan, had nu ook nog eens de helft van het dak verloren. De kinderen zagen er terug erg hongerig uit maar ze herkenden ons nog, dat was toch al positief.
Bon, we zetten ons neer en Veronique zorgt er voor dat alles klaar en duidelijk is voor de familie. Ondertussen doen we de tweeling een pamper en een onderbroekje aan. Tja, als Jeannine ons die niet had meegegeven, hadden ze in hun blootje teruggekeerd naar het centrum. Eenmaal alles duidelijk, stappen we de moto op en Veronique en ik nemen elk een kind bij ons. Terug door de slijk, de putten, de bulten, de stenen, het zand,… Ondertussen het kind goed vasthoudend, “Stel dat het valt!?”!...

We komen aan in het centrum. De drie residerende kinderen (Jetro, Charline en Nelson) wisten nog steeds niet waarom we weg waren. Nelson ziet ons de oprijlaan opkomen. Eerst ziet hij enkel mij, maar dan, als we naderen, is hij verbazing alom en zie ik een enorme glimlach op zijn gezicht, een glimlach van opluchting… “Jetro, JETRO! Ze zijn terug! Ze zijn terug!”, roept hij terwijl hij het op een lopen zet richting hoofdgebouw. Op de tijd die je nodig hebt om met je ogen te knipperen staan ze daar alle drie de twee Theo-tjes op te wachten. Al snel volgen de buren van het project en Leonne. Iedereen is toch zo opgelucht dat ze terug zijn. Nu volgt er terug een periode van krachten opbouwen, spelen, leren en hopelijk daarna de uiteindelijke adoptie…

Op zaterdag 21 juni krijgt Theolin zijn nieuwe ouders!... En Theomar, die verbazend snel recupereerd zal zelf ook vlug een mooie toekomst krijgen.... er is geen “maar” meer die dit nog verhinderen kan!

11 jun. 2009

Foto's Theo's








7 jun. 2009

De Theo's: De kennismaking (tekst van Jeannine De Beleyr)

Het gebeurt wel vaker dat een vrouw opweg naar- of terugkomend van de markt met haar ezeltje het terrein van Ti Solèy Leve opkomt. Als je daar wat kan verkopen heb je meteen je geld cash. Meestal gaat het om fruit, groenten of een kip en handelt het keukenpersoneel het gepingel om de prijs en de koop af. Ook haar ezeltje droeg de uit gras geweven zadeltassen, de links en rechts afhangende makouten die heel wat vracht kunnen bevatten. Bedeesd bleef ze voor de poort staan, wist niet goed hoe zich aan te melden, ze was hier nog nooit eerder geweest.

Geconcentreerd zaten de vijf Belgische studenten, Kelvin en ik te werken aan de evaluatie van de stage die op z’n einde liep. Aan Elifèt, de tuinverantwoordelijke, was de boodschap gegeven dat ik voor niets of door niemand wou gestoord worden, een opdracht die hij ernstig nam. Maar deze keer kwam hij toch de galerij op, gaf me in z’n eigenste gebarentaal een teken dat hij me nu wèl dringend nodig had. Toen daarop ook Veronique en Arlette kwamen aangehold wist ik meteen, hier was iets bijzonder aan de hand... “Of ik even kon meekomen, er staat een vrouw aan de poort met een ezeltje en in elke makoutenzak zit een kind, een heel klein kind...”

Ze sprak niet maar keek angstig naar de twee honden die met ons allen waren meegelopen. Ze leek zo’n zestig jaar, door de hardheid van het leven gekrompen, zoals vele vrouwen in Haïti te vlug te oud getekend zijn. Onze blikken verhuisden naar twee kinderhoofdjes die net niet in de makouten verdwenen... twee gezichtjes die al even angstig naar al die vreemde mensen keken. “Kom binnen, dan kunnen we naar de kinderen kijken....” zei ik in het Creools. “ M’n god, alles loopt mis met deze kinderen” zei ik in het Nederlands.

Pluimgewichtjes waren het, eentje kon al een paar pasjes zetten, het andere was te zwak om ook maar even recht te staan. Was het niet dat ze al hun tanden al hadden, dat hun handen en voeten groter waren, we hadden nooit kunnen geloven wat de grootmoeder, want dat was ze, over deze kinderen zei: “Ze zijn drie jaar en zeven maanden, ik weet het want ze zijn sinds hun twee maanden bij me en ik heb elke maand een streepje bijgeteld.”

De tweeling Theolèn en Theoma waren in het buurland geboren want daar hadden haar zoon en haar schoondochter naar werk gezocht. Toen kort na de bevalling beide ouders stierven, de oorzaak daarvan zal onbekend blijven (aids, tbc...???) nam een vriend de tweeling op die hen later bij de grootmoeder bracht... “ Ik heb gedaan wat mogelijk was”, zei ze, “maar nu ben ik aan het einde, totaal op... onlangs heb ik zelfs op de markt gestolen om ze toch wat eten te geven... ik heb nog kinderen, maar die wonen verderweg en hebben zelf al te veel kroost om te voeden... “

Twee kleine vuistjes grepen naar het brood dat Leonne bracht en ik voelde de blikken van de stagiaires en Kelvin met dezelfde vraag als drie maanden terug toen een andere vrouw met een ander kind naar hier kwam: “Wat kan je doen?” Het enige wat ik deed was teruglopen naar het andere gebouw waar ik een papje klaarmaakte... en waar ik alles op een rijtje zette... “volgende week vertrekken de stagiaires... er moet nog veel afgewerkt... wat laat het budget toe om deze vrouw te helpen... niets overhaast doen weet ik uit ervaring... die vrouw het gevoel geven dat ze beluisterd wordt is nu het belangrijkste...”

Het was donderdag en in het dispensarium worden op die dag kleine kinderen gewogen... Theolen woog bijna acht kilo en Theoma bijna zeven.... een geboorteacte was er niet en wellicht hadden ze ook nog geen vaccins gehad... Officieel bestonden deze “Theo-tjes” niet.

Een uurtje later kwam de eerste beslissing: “ We gaan voor voeding, medicatie en multivitamines zorgen... overmorgen komen we op huisbezoek...Valerie, de stagiaire sociale verpleging, kan alvast een dossier opstellen... “ Theolen en Theoma werden opnieuw in de makouten gezet... “Je weet waar het is”, zei ze nog en trok toen met haar ezeltje en haar bijzondere vracht terug de savanne in...

De theo's: Het huisbezoek (tekst van Jeannine de Beleyr)

Het was geen huis, het was zelfs geen hut maar een “joupa”... een “schutplaats” die boeren opzetten wanneer ze dagenlang op de akkers verblijven... Deze joupa mocht de vrouw van een buurman gebruiken. Van overal kwamen volwassenen en kinderen aangelopen, nieuwsgierig naar de reden van onze komst... ze gaven geannimeerd commentaar over de kleine naakte kinderen op de rieten mat die nu nog gretiger naar de door Jetro gegrilde maïs grepen... “We hebben een pakketje voeding meegebracht”, zei ik in het Creools... “Ze zal het met de buren moeten delen”, zei ik in het Nederlands...

5 mei 2009

Een hectische witte donderdag… (Tekst door Verpleegster Valerie)

Hieronder kunnen jullie een mooie tekst lezen uit de pen van Valerie Lemmens, de stagiaire-verpleegster. De gebeurtenissen zijn wel van een tijdje gelden, maar blijven een mooi voorbeeld van hoe de zaken er hier soms aan toe gaan.

Reeds jaren schrijft er zich in Akil Samdi, op witte donderdag, geschiedenis. Elk jaar opnieuw is er op die dag een urgente trip naar het hospitaal.... Dit jaar mocht ik delen in het avontuur…

Onze donderdag begon met nieuws over Tina, een meisje van 15 jaar dat ik reeds van bij het begin van mijn stage volg ivm haar brandwonden en epilepsie. Op een moment van afwezigheid van haar toezichtster had de lichtelijk mentaal gehandicapte Tina een kleine overdosis medicatie voor haar epilepsie ingenomen. Haar zusje kwam ons met enige schrik halen omdat Tina bijna 24 uur aan het slapen was. Bij het onderzoek bleek Tina toch te reageren. Een goede slaap zou voor haar verder de genezing zijn.

Onze terugweg werd onderbroken met het nieuws dat de bevalling van de hoogzwangere Gerda, voor haar tweede kindje, deze nacht van start was gegaan. Dat het niet zo vlot liep en of ik even een kijkje wou nemen. Even stond ik met verstomming. De vruchtvliezen waren niet vanzelf gebroken, waardoor er zich een blaas met vruchtwater had gevormd buiten de vagina. De ‘matronne’(vroedvrouw) was de ganse morgen en voormiddag wel aanwezig geweest, maar had er geen weet van de vliezen handmatig te breken. Ik beloofde meteen terug te komen maar wou al het materiaal, van scheermesje tot plastiek verzamelen. Sinds dat moment zijn we, Jeannine en ik, van de ene verbazing in de andere gevallen…

Na haar vruchtvliezen handmatig te hebben gebroken, kwamen de contracties van Gerda iets regelmatiger, maar haar ontsluiting nam niet toe. Volgens ‘de matronne’ verliep alles nog steeds goed. Vanaf de eerste contractie had ze Gerda laten meeduwen bij iedere contractie. Het gevolg hiervan was natuurlijk dat Gerda reeds ontzettend uitgeput was. Haar houding was immers ook niet de meest ideale. Zittend, met haar armen rond de persoon achter haar geslagen, probeerde ze zich zo sterk mogelijk te houden. Dit echter met weinig resultaat. Nog steeds vond ‘de matronne’ dat alles goed verliep en zag ze nog geen complicaties. Aan haar stelden we de uiterste limit van maximum 2 uur wachten voor. Als er dan nog geen sprake was van een geboorte zouden we tegen 15.00u naar het hospitaal rijden.

De ‘matronne’ wist ons, met haar doordachte theorie te vertellen dat de baby een jongetje was. Jongetjes liggen met hun rug links en meisjes met hun rug rechts. Meteen na deze “wetenschap” liet de oudere vrouw Gerda verder begaan, trok haar schoenen aan en ging eten. Wij bleven Gerda nauwlettend bijstaan en steunen. Inmiddels, na een grondige ontsmetting, onderzocht ik Gerda opnieuw maar er was nog steeds niet veel verloop in ontsluiting. De klok liep naar half drie en ondertussen was Gerda al 11 uur in arbeid.

Na de lunchpauze kwam ‘de matronne’ terug. Om aan alle hygiënische normen te voldoen nam ze het gebruikte kompresje met ontsmettingsmiddel, dat nu tussen het vruchtwater lag in het nog niet weggehaalde kommetje. Ze wou het gebruiken om de vaginale zone van Gerda te reinigen, spoelde haar handen in het vruchtwater en wou hierop Gerda vaginaal onderzoeken. Deze handelingen hebben we meteen afgeremd maar het duidelijk gebrek aan hygiëne tijdens de vorige uren zouden nadien enorme gevolgen hebben.

Om drie uur dienden we een beslissing te maken. De inbreng van ‘de matronne’ was minimaal, ondanks het feit dat zij de verantwoordelijkheid over Gerda had. Het initiatief om “te vertrekken” kwam vooral van ons... De familie en ‘de matronne’ sloten zich bij deze beslissing aan.

We reden naar het hospitaal van Fort Liberté, wat ongeveer één uur duurt met de terreinwagen over een slechte zandweg. Gerda voorin, de bezorgde echtgenoot, de matronne en ikzelf op de achterbank, Gerda’s moeder en nog een meisje in de laadbak tussen pak en zak, een afgesloten emmer met drinkbaar water en een andere emmer met wat doeken erin....In het begin van de rit werden de contracties steeds intenser, een bevalling in de auto was niet uitgesloten, iets wat jeannine al meerdere keren had meegemaakt. Een half uur voor onze aankomst was Gerda opmerkelijk rustig en waren haar contracties sterk verminderd.

Onze ontvangst in het hospitaal was zeer onwelkom. Blijkbaar was er een kleine afscheidsceremonie georganiseerd voor enkele Cubaanse oogartsen, die hun interventies hadden beeïndigd en terug naar Cuba vertrokken. De directrice van het hospitaal, feeestelijk opgekleed keek even de auto in en verwees meteen naar een ander hospitaal in een andere provincie, keizersnede was haar oordeel. Jeannine pikte dit echter niet een dialoog tussen haar en de directrice ging als volgt: - J.: tot nu toe heeft nog niemand deze vrouw professioneel onderzocht, niet in het dispensarium en nu gaat het hier ook niet... - D.: de generator werkt niet, we kunnen niet opereren... - J.: wie zegt dat er een operatie moet volgen? kan er dan echt geen onderzoek af? - D.: kan jij wachten zodat je verder kan rijden als het echt moet? - J.: die verantwoordelijkheid hebben we al uren terug genomen, ik breng haar verder als het echt moet.... - D.: breng haar naar de verloskamer, er is een verpleegster van dienst.... De jonge verpleegster deed haar werk goed, onderzocht Gerda en gaf nadien de raad om zo snel mogelijk naar het hospitaal van Cap Haïtien te gaan, dat op anderhalf uur rijden van Fort Liberté lag. Met kennis merkte ze op dat er mogelijk een tweeling op komst was maar dat er niet meer mocht getreuzeld worden.

De toestand van Gerda werd steeds crucialer. Haar schaamlippen waren ontzettend opgezwollen en geïnfecteerd, duidelijk het gevolg was van de benarde handhygiëne van ‘de matronne’. De contracties bleven nu ook steeds langer en langer uit.

Tegen een gemiddelde snelheid van 130 km/u en met een immense sterke geur in de auto, de lichaamsgeur van ‘de matronne’, reden we richting Cap Haïtien.

De aankomst van enkele blanken in het ziekenhuis blijft opmerkelijk en we werden op aandringen van Jeannine meteen verder geholpen. De gynaecoloog: hebben jullie een brief van Fort-Liberté bij? Jeannine: kennen ze daar niet, in het Noord-Oosten werkt niets... De gynaecoloog: ga hier maar een dossier betalen, we nemen de vrouw alvast mee voor onderzoek... Jeannine: mag mijn studente sociaal-verpleging het onderzoek bijwonen, ik zorg dat alles in orde komt.... De arts wist me te vertellen dat Gerda nog contracties had en dat ze haar meteen gingen voorbereiden op een keizersnede. Dat gebeurde professioneel, alleen vond de assistente geen steriele handschoenen meer... Jeannine: is het voor het onderzoek van onze patiente? assistente: ja... Jeannine loopt naar de auto en grijpt uit mijn consultatietas een pakje handschoenen... ondertussen stelt ze ook de familie gerust.

Na een half uurtje konden we Gerda mee begeleiden naar het operatiekwartier, het ene gebouw uit over een hobbelige kiezelweg naar een ander gebouw... Aan de echtgenoot legt Jeannine uit waar hij het best wacht en ze stopt hem nog 600 haitiaanse dollars(+/- 75 euro) in de hand... want dat was de laatste bekommernis van een uitgeputte Gerda: ” we hebben het geld niet....”

Gerust dat ze nu in de handen van een bekwame gynaecoloog was begonnen we onze terugreis in de donkere witte donderdagnacht. De volgende ochtend kregen we van de familie het leuke bericht dat Gerda was bevallen van een tweeling, en dat ze het alle drie prima stelden.

13 apr. 2009

het kruispunt

“Voodoo zoek je niet op, dat komt op je af.” Dat zijn de woorden die Jeannine elk jaar weer aan de stagiaires zegt wanneer ze vragen ‘of ze niet eens een voodooceremonie kunnen meemaken?’ Dit jaar is het contact met voodoo wel heel snel gekomen! Ergens werd ’s nachts -dat konden we duidelijk horen- een voodooceremonie gehouden. Het tamboergeroffel doorzinderde het ganse dorp. De dag daarna reden we met de auto langs een kruispunt waar - op het eerste zicht - een hoopje afval was gestort. Jeannine stopte en maakte ons duidelijk dat we het “afval” maar eens van wat dichterbij moesten bekijken want dit was hèt kruispunt waar gisteren de voodoo-priester (bokor) z’n voodoo-aanhangers voorging in de aangevraagde ceremonie. Er waren kaarsen gebrand, er was voedsel geöfferd, er waren assen gestrooid, er lagen kippenveren. Onze aandacht viel al snel op twee brieven, waarschijnlijk geschreven aan de geesten??? Vanop een afstand zagen we dat er wat Frans geschreven was, maar de rest was niet meteen duidelijk. Nog iets verder lag een briefje van 500 gourde (€10,00), al dan niet met “iets” besprenkeld??? Omdat de stagiaires een werkje over voodoo moesten maken ging onze nieuwsgierigheid verder dan zo maar ‘eventjes kijken’. Maar zoals altijd, wanneer Jeannine ergens stopt, zijn er meteen kijklustige Haïtianen en daarom werd afgesproken dat Michiel en ik de brieven en het geld in de late avond zouden verzamelen zodat we achteraf met ons allen en Jeannine deze elementen verder konden bekijken. Klokslag negen uur vertrokken we op onze uitzonderlijke ‘tocht’ door een bijna slapend dorp, werden we voor één avond de “kinderen van de duisternis”. De brieven lagen er nog steeds verwaaid bij maar het geld was verdwenen. Een Haïtiaan raakt achtergelaten “fetisjen” niet aan maar 500 gourde is voor een arme stakker veel geld... iemand had iets vroeger dan wij z’n angst om het mysterieuze achtergelaten...

de ceremonie

Het ging in dit geval om een “ranvwa”, een terugzenden van boze krachten bij een opgelopen ziekte. Bij een eerste “ranvwa” zal de aangesproken bokor een kleine ceremonie bij hem thuis houden in de voodoo-tempel in zijn “lakou”, het woonerf. Tijdens deze korte oproep naar de geesten toe komt de bokor te weten waar hij de “ranvwa” zal uitvoeren en deze plaats is meestal een kruispunt waar twee zandwegen samenkomen. Naar een eerste “ranvwa” komen de aanvragers niet met lege handen. Ze brengen voedsel mee in houten kalebas-schalen, halve appelsienen met een kaars erin gestopt, kippenveren en “klerèn”, de lokale sterke drank... en vooral, bij een eerste “ranvwa” hoort papieren geld, in dit geval veel geld, een ernstige zaak dus. De “lwa’s”, geesten staan in dienst van de mensheid maar ze zenden enkel hun gunsten wanneer ze goed ontvangen worden en goed gevoed. Elke geesten-familie kent haar specifieke tamboers en ritmes en het is enkel bij dit ritme en de dans dat de “lwa” afdaalt in de lichamen van de aanwezigen. Wie de ceremonie bijhoort zal zich beschermen door het dragen van meestal rode kledij en een rode band om het hoofd, geïnicieerden dragen wit... Het tamboer-ritme wordt ingezet met de eerste en belangrijkste en ook grootste tamboer, de “manman tambour”, bijgestaan door een tweede kleinere en de “boula”, de kleinste tamboer. De bokor heft gezangen aan, lange gebeden en litanies en flateert de “lwa” die in de “service” zijn of haar gunsten zal brengen. Al dansend zal men dan het “manje-lwa” offeren, de voeding voor de geest... Naarmate de ceremonie vordert worden de ritmes en de dansen heviger... de geest aan wie een gunst wordt gevraagd kan niet onverschillig blijven, de bokor schrijft voor hem of haar geheimtaal neer en trekt symbolische tekens, “vèvè’s” genoemd. Het belangrijkste gedeelte van de ceremonie is de manifestatie van één of meerder “lwa’s” ... Gelovigen komen in trance, maken gebaren die eigen zijn aan de neerdalende lwa, ze worden het “paard” van de geest want de geest “monte” zijn serviteur die zijn of haar lichaam totaal den dienste stelt voor de lwa zodat deze zich kan uitdrukken.... de ritmes zitten op hun hoogtepunt en niemand van de deelnemers kan nog onverschillig blijven... later zullen de “bezetenen” zich niets van hun gedragingen en vreemde talen herinneren.... bij het eerste hanengekraai en ochtendgloren gaat iedereen, meestal met nog starende ogen, hun weg terug naar huis... later zullen ze zeggen... we gingen “yon kote”, naar “ergens”, een voldoende uitdrukking om kenbaar te maken dat er een “ranvwa” is geweest... op het kruispunt blijven de offerresten liggen en voorbijgangers lopen er met enige “huiver” omheen, hier is een “lwa” aan het werk geweest. De ceremonie in Akil Samdi was zeker geen grote “service”.... men vroeg het ongedaan maken van een ziekte.... en vermits een zieke niet meteen geneest kan er een tweede, derde en zelfs vierde “ranvwa” worden aangevraagd, wat zeer goed is voor de beurs van de bokor. Bij volgende “ranvwa’s” wordt ander voedsel geofferd, worden dieren ritueel gedood, als voedsel klaargemaakt en gedeeld onder de aanwezigen, nadat het beste deel aan de “lwa” is gegeven. Er komt nu minder papierengeld maar meer nikkelgeld bij het offergebeuren. Papierengeld wordt later door voorbijgangers heimelijk weggehaald maar nikkelgeld raakt men niet aan want wanneer men dat geld wegneemt kan de ziekte die ergens ongedaan werd gemaakt op de “wegnemer” overgezonden worden... Gelukkig hadden we te maken met een eerste “ranvwa”...want stel je voor dat we naast de twee “brieven als documentatie” ook wat muntjes hadden meegenomen.... de idee alleen al liet even de tamboers in onze hoofden roffelen...

7 apr. 2009

Bezoek Haïti en haar ...

... Katholieke kerk